In de Europese folklore zijn er verschillende namen voor kleine, bovennatuurlijke wezens die vaak ondergronds leven. In het Nederlands noemen we ze meestal 'kabouters' of 'dwergen', terwijl in het Duits 'Zwerg' en in het Engels 'dwarf' gebruikelijk zijn. Deze wezens worden vaak afgebeeld als kleine, bebaarde mannen met puntmutsen, bekend uit sprookjes, legendes en moderne fantasyverhalen.

De term 'gnome' werd in de zestiende eeuw populair gemaakt door de alchemist Paracelsus, die hen beschreef als aardse elementalen. In veel landen zijn tuinbeelden van gnomes populair, vooral in Engeland en Duitsland. In andere talen bestaan weer andere benamingen, zoals het Franse 'nain' en het Italiaanse 'nano', die beide ook 'dwerg' of 'klein mens' betekenen.

Hoewel de namen verschillen, delen deze wezens vaak dezelfde eigenschappen: ze zijn klein, wijs, en worden vaak gezien als beschermers van de natuur of schatten. In de moderne cultuur zijn gnomes vooral bekend uit kinderboeken, films en als decoratie in tuinen.

Meer informatie: ru.m.wikipedia.org